|
|
(1 Johannes 5:7) Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. (1 Johannes 5:8) En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één. |
(1 Johannes 5:7) Want drie zijn er die getuigen: (1 Johannes 5:8)
de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot één. |
(1 Johannes 5:7) Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. (1 Johannes 5:8) En drie zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één. |
We zien hierboven drie verschillende vertalingen van 1 Johannes 5:7-8. Wat opvalt is dat er in de Herziene Lutherse Vertaling een stuk van de tekst is weggelaten, wanneer we de tekst vergelijken met de Herziene Statenvertaling. In de NBG vertaling van 1951 is dit weggelaten stuk tekst tussen haken "[....]" geplaatst.
Om enig licht op deze zaak te werpen toon ik de volgende afbeelding uit de video "Vragen en antwoorden" deel 2 van Dr. Kent Hovind

Boven de horizontale tijdlijn zien we de ontstaansgeschiedenis van de Griekse grondtekst, die gebruikt is voor de Statenvertaling, de "Textus Receptus". Onder deze horizontale tijdlijn zien we het ontstaan van de Griekse grondtekst, die gebruikt wordt in veel moderne vertalingen de "Westcott and Hort". De "Westcott and Hort" grondtekst van het Nieuwe Testament is gebaseerd op manuscripten van de sekte der Alexandrijnen uit de vroeg christelijke kerk.
Hieronder laat ik een stuk tekst zien uit de video "Vragen en antwoorden" deel 2 van Dr. Kent Hovind.
Deze tekst is overgenomen uit de bijbelstudie "Kunnen we de Bijbel vertrouwen?"
|
Direct na Christus schreven de discipelen hun evangelies, terwijl ze vervolgd werden. Het geloof verspreidde zich en mensen begonnen hun brieven en evangelieën te kopieëren. 1.000 jaar lang werd de kerk vreselijk vervolgd. Christenen werden verbrand en ook hun Bijbels. Men verspreidde God's Woord en maakte kopieën. Het uitschrijven van zo'n kopie duurde ongeveer 10 maanden. Dat deden ze met ganzeveren en ze schreven op perkament of leer. Mensen uit Frankrijk kopieerden de Bijbel, evenals mensen uit Afrika en China. Een boek heeft een beperkte houdbaarheid, als je het gebruikt. Als je een boekrol bijzonder voorzichtig gebruikt dan kan hij misschien 300 jaar mee. Na driehonderd jaar ligt je origineel uit elkaar. Maar inmiddels heb je er 800 kopieën van kunnen maken. Na duizend jaar gebruik je de vierde generatie van het origineel. Maar als de kopieën nauwkeurig zijn maakt dat niet uit. Hoe controleer je een manuscript op nauwkeurigheid? Als je de originelen uit diverse talen na vijf generaties met elkaar vergelijkt weet je hoe nauwkeurig ze zijn. Rond 1.600 werd de vervolging minder. Men besloot de kopieën te verzamelen vanuit de gehele wereld en ze te vergelijken. Ze brachten 5.000 kopieën van de Bijbel bijeen, die de vervolgingen overleefd hadden. Veel van die kopieën hadden elkaar gedurende duizend jaar niet gezien. Ze bleken identiek, op de spelling na. Petrus heette bijvoorbeeld Pedro. Men zei opgetogen: God heeft Zijn Woord inderdaad bewaard! Het is woordelijk gelijk gebleven. Hij deed Zijn Woord gestand! Dus: ja! We kunnen de Bijbel vertrouwen!!Maar In Egypte was bij het ontstaan van de gemeente een groep mensen die iets weg hadden van de huidige Jehova-getuigen. Deze sekte heette de Alexandrijnen. De belangrijkste leider uit de sekte eind 2e, begin 3e eeuw, heette Origenes. Deze Alexandrijnen worden in de Bijbel genoemd als ze twisten met Stefanus, dus ruziënd met echte Christenen. Eénmaal worden ze genoemd in de Bijbel en meteen op een negatieve manier. Ze geloofden niet in de Godheid van Christus, de lichamelijke opstanding en in veel andere Christelijke zaken. Zij maakten daarom hun eigen kopie van de Bijbel. Dingen die hen niet bevielen veranderden ze. Ze brachten zo'n 6.000 veranderingen aan. Een aantal van hun kopieën overleefde het. In 350 na Christus werden er een aantal gemaakt en drie daarvan bestaan nu nog. Eén werd gevonden in de bibliotheek van het Vaticaan en werd genoemd de Vaticanus. De tweede werd gevonden in Alexandrië, de Alexandrus. En de derde in een klooster op het Sinaï schiereiland, de Sinaïticus. De drie rollen komen totaal niet met elkaar overeen en al helemaal niet met de echte Bijbel. Monniken vertaalde de drie rollen eeuwen geleden in het Latijn en deze vertaling werd bekend als de Vulgata. (het woord 'vulgair' betekent: 'van het volk', de taal van het volk; de gewone taal dus.) Westcott en Hort, twee Griekse geleerden, namen ook de drie oorspronkelijke manuscripten die niet met elkaar overeenstemden, maar waarvan zij dachten: 'ze zijn ouder dus beter'. Ze maakten er één nieuw Grieks manuscript van wat uitkwam in 1875. Zij claimden: 'wij hebben de oudste en dus de beste manuscripten voor u om te vertalen in uw eigen taal'. Ze zijn inderdaad ouder, maar niet beter. De engelse versie (1881) hiervan heet 'de Revised version', de New American Standard, de goed nieuws Bijbel, de Levende Bijbel etc. De mensen die deze Bijbels vertaalden waren zeer oprecht, toegewijde, godvruchtige Christenen, die echter vanuit de verkeerde bron vertaalden. Ze wisten dit zelf niet eens. Je hebt dus eigenlijk twee keuzes. De vraag is niet: 'is dit een goede vertaling?' maar wat hebben ze vertaald?' Welke bron hebben de vertalers gebruikt? De Bijbel, die in 1600 jaar onveranderd bleek te zijn, of de vertaling van de 3 (elkaar tegensprekende) manuscripten van de Alexandrijnen? |
Hieronder nog een gedeelte uit de bovenvermelde video. In dit fragment wordt het in deze bijbelstudie besprokene behandeld.